Even stilstaan…


Niets is wat het lijkt, elk huisje heeft z’n kruisje, je kunt niet bij iemand achter de voordeur kijken. Zomaar een aantal clichés die maar al te waar zijn. Zo blijkt een immer vrolijk ogende mama helemaal niet zo goed in haar vel te zitten (Wolferien schreef hier een mega eerlijke en open blog over, waarvoor een diepe buiging), is een ogenschijnlijk happy couple het magische vuur toch wel een beetje kwijt en is er een reden voor waarom ik zo “relaxed” ben. Ik hoor het vaak, jij bent zo’n relaxte moeder, het lijkt wel of je je nooit ergens druk over maakt. En dat is ten dele waar; mij maak je de pis niet zo gauw lauw. Ik ben niet onder de indruk van een tekening op de muur, spaghetti aan het plafond, slapeloze nachten of een keer geen groente eten. Niet dat alles hier kan en mag, opvoeden is serious business, maar ik kan er vrij makkelijk overheen stappen. En dat is eigenlijk helemaal niet omdat ik zo easy going ben…

Nog steeds 17 jaar na dato wil ik me rond deze tijd van het jaar het liefst verstoppen, onder m’n bed ofzo. Ik kan moeilijk slapen, moeilijk eten en het gevoel van constante spanning is erg vermoeiend. Tot een aantal jaar geleden werkte ik ook niet tussen 30 januari en 4 februari. Dat doe ik inmiddels wel weer en op een of andere manier is dat ook wel ok. Life goes on.

2 februari 17 jaar geleden liep ik door de gang van het Bonhoeffer college, ik had een uur gespijbeld, maar was het laatste uur wel op school gekomen (mijn theorie; een uur tussendoor spijbelen valt minder op dan een eerste of laatste uur afwezig). Mijn laatste uur zat erop en ik liep door de aula richting mijn kluisje toen de rector op mijn schouder tikte: “Wil je even meelopen? Je ouders zijn er.” Ik weet nog dat ik dacht; shit, ze hebben m’n ouders laten komen voor dat spijbelen. Ik schoot meteen in de ‘fight or flight’ modus, want je ouders op school, dat was in die tijd echt wel een ding hoor! Terwijl ik achter de rector aanliep, twijfelde ik erover om weg te rennen. Bizar, want dat gevoel heb ik nu nog steeds rond deze tijd van het jaar. Maar ik rende niet. Achteraf dacht ik nog vaak; was ’t maar over dat spijbelen gegaan…….

Op 2 februari 2000, vlak na de millenniumwisseling, waren mijn ouders op school om te vertellen dat mijn, toen bijna 18 jarige broer, een einde had gemaakt aan zijn leven. En met het beëindigen van zijn leven, stond mijn leven (ons leven) stil. Een periode van intens verdriet en pijn waar we allemaal zo goed en zo kwaad als het ging op onze eigen manier mee om probeerden te gaan. Uit respect voor de nabestaanden ga ik verder niet in detail over het hoe en waarom, uiteindelijk is dat ook niet het verhaal wat ik wil vertellen.

What doesn’t kill you, makes you stronger 



Beetje lugubure quote in dit verhaal, maar daarom niet minder waar. Want dwars door de pijn, het verdriet en de enorme onmacht, heb ik mezelf, maar ook mijn broer een belofte gedaan: Ik ga laten zien dat het leven wel de moeite waard is! Bij zijn witte glanzende kist heb ik niet gehuild (later wel hoor), maar gezworen dat ik een leven zou leiden leuk genoeg voor twee. En eigenlijk is dat nog steeds wat ik elke dag probeer te doen, niet groots en meeslepend, maar juist met oog voor kleine dingen. Behalve dat dit een stempel drukt op hoe ik mijn leven inricht, is het misschien wel het meest zichtbaar in hoe ik invulling geef aan het moederschap. Er zijn heel veel dingen die mijn broer nooit mee heeft gemaakt, waaronder vader worden, terwijl hij gek was op kinderen…

Door zijn dood ben ik me hyperbewust van het feit dat het leven niet oneindig is. Het stopt een keer. Er zijn geen garanties, geen zekerheden en alles wat secundair is, is uiteindelijk van ondergeschikt belang en van geen enkele waarde als je een dierbaar iemand verliest. En dat is zowel een shit gedachte als een stok achter de deur om er het beste uit te halen. Dus ik ben de moeder die doet wat ze leuk vindt, die niet zo snel in de stress schiet, die liever mooie herinneringen maakt dan huiswerk overhoort, die leeft bij de dag en daarom wel eens dingen vergeet, die liever investeert in vriendschap dan in een huis en die altijd tijd kan maken voor een dansje op de tafel of een kussengevecht. Niet omdat het kan, maar omdat het moet! Van mezelf. Verder hoef ik weinig van mezelf, dat scheelt dan wel weer.

Relaxed? Mwah, nee hoor. Want ik moet gewoon vier kids opvoeden en fatsoenlijk afleveren. Maar soms, vaak, moet je gewoon even stilstaan en denken: